Friday, October 13, 2006

Dag 12, Nikko

Het advies was: vroeg beginnen, want dan ontloop je de menigtes zoveel mogelijk. Waarschijnlijk bedoelen ze hiermee: voor zonsopgang, want het was om half 10 's ochtends al enorm druk. Vooral de honderden schoolkinderen zorgden voor een nogal chaotisch geheel. Anyway, eerst maar weer even wat geschiedenis van Nikko. Het verhaal gaat dat rond de 8e eeuw een priester op de plaats waar nu Nikko ligt, op de rug van twee waterdraken over de rivier werd gezet, en hij vervolgens een tempel ging bouwen. Wat betreft die draken valt het natuurlijk te betwijfelen, maar op de plek waar die priester de rivier overstak ligt nu een (reconstructie van) de 'heilige' brug (zie foto).

Eeuwen lang gebeurde er vervolgens vrij weinig. In 1603 veroverde ene Ieyasu Tokugawa de macht over heel Japan. Dit was overigens voor het eerst in de geschiedenis. Hij werd de shogun, en regeerde vanuit Edo (dat nu Tokyo heet). Hij is zeg maar de vader des vaderlands van Japan. En juist in Nikko besloot hij zijn 'mausoleum' te bouwen. Het werd een complex van immense pracht en praal, en tot de dag van vandaag dus een zeer populaire toeristische attractie. Vervolgens besloot ook zijn kleinzoon Iemitsu om begraven te worden in Nikko, en ook hij liet een schitterende schrijn bouwen. Ook is Nikko al honderd(en) jaren de plaats van het officiele buitenverblijf van de keizer van Japan. En ten slotte ligt Nikko aan de rand van het Nikko national park, een groot natuurgebied met mooie beboste bergen, rivieren en meren. En dus is het altijd druk in Nikko. Bovendien ligt het op gunstige rijafstand van Tokyo.

Ik heb vandaag eerst de Rinno-ji tempel bezocht, daarna de Tochogu (waar Ieyasu begraven ligt), toen de oorspronkelijke schrijn van Nikko, en ten slotte de schrijn waar Iemitsu begraven ligt (daarvan is de 2e foto). Je komt werkelijk ogen te kort, want overal waar je kijkt staan schitterende gebouwen. Ik heb dan ook nog geen enkele dag zoveel foto's gemaakt als vandaag (zo'n 60). Om de drukte een beetje te ontsnappen, ben ik daarna een stukje gaan wandelen door de heuvels achter het tempel complex. Het grappige is dat de meeste toeristen alleen maar naar de grootste en mooiste (eigenlijk: de meest bekende) gebouwen toe gaan, en je dus vrij rustig de overige tempels kon bekijken.

Aan het eind van de dag heb ik nog de keizerlijke villa bekeken. Deze villa, met zijn 106 kamers, was tot en met de jaren 50 het officiele buitenverblijf van de keizer. Ook de huidige keizer heeft er nog gewoond, toen hij in 1943 als jonge prins ernaartoe vluchtte (Tokyo werd te riskant misschien). De villa is in zijn oude glorie hersteld, uiteraard gebruikmakend van de oorspronkelijke bouwmaterialen (hij is dus helemaal van hout) en bouwprincipes (er is veel gebruik gemaakt van spijkerloze verbindingen, bijvoorbeeld). Ook de bouwstijlen in de verschillende gedeeltes komt overeen met de periode waarin dat gedeelte was toegevoegd. In 2000 hebben ze het herstel van de tuin voltooid. Verassend genoeg was het ook hier weer enorm rustig, terwijl het qua bezienswaardigheid toch zeer de moeite waard was. En in tegenstelling tot veel musea in Japan was alles goed in het Engels aangegeven, je mocht op veel plaatsen komen, en alles zag er erg authentiek uit. Ook hier de gebruikelijke hierarchie. Het vloerkleed van de audientieruimte van de keizer bevatte bijvoorbeeld meer dan 10 verschillende kleuren, terwijl dat van de vrouw van de keizer er slechts 4 bevatte, enzovoorts. De 3e foto is van de buitenkant van de villa.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home