Thursday, November 02, 2006

Nawoord

Ik hoop dat iedereen die dit gelezen heeft het interessant en/of leuk heeft gevonden. In ieder geval bedankt voor jullie mailtjes en comments. Uiteindelijk heb ik het verslag de hele reis vol kunnen houden, wat ik van te voren niet had verwacht. Het was in de eerste plaats om de mensen thuis op de hoogte te houden, maar is uiteindelijk ook voor mijzelf een mooi aandenken geworden, omdat ik merk dat je toch vrij snel kleine details weer vergeet. En tenslotte zou het misschien als inspiratie kunnen dienen voor mensen die zelf reisplannen hebben (al dan niet naar Japan). Ik heb iets meer dan 700 foto's gemaakt, dus wie wil moet ze maar eens komen bekijken. Ook zal ik binnenkort proberen het hele verhaal in het Engels te vertalen, zodat ook alle (erg vriendelijke) mensen die ik heb ontmoet in Japan het kunnen lezen.

Voor commentaar kun je, behalve hier een berichtje achter laten, ook altijd mailen naar:
jnunnink (apenstaartje) science (punt) uva (punt) nl

Dag 32, naar Huis

Net zoals in Sapporo, ligt ook het vliegveld Nagasaki zo'n 50 km van de stad vandaan, en bovendien gaat er geen trein heen. Mijn vlucht ging om 8 uur 's ochtends, want later dan dat was er geen vlucht meer (ten minste, van deze prijs). Ik moest daardoor de eerste bus van 5 voor 6 nemen om op tijd te komen. Dus net zoals ik 's nachts in het donker naar mijn ryokan was gelopen (de tram reed niet meer), moest ik 's ochtends in het donker precies hetzelfde stuk weer terug lopen (want de eerste tram gaat pas na 6en).

Het was nog een heel gedoe om erachter te komen welke bus ik waarvandaan moest nemen. Ik was eerst naar de toeristen informatiebalie in het station geweest, maar daar zeiden ze meteen: ga maar naar de bus terminal en vraag het daar. Dat was me nnog nooit overkomen in Japan; meestal krijg je juist teveel informatie. Hier moest je de informatie er echt uit trekken. In de bus terminal konden ze (zoals ik al verwachtte) vrijwel geen Engels; ten minste, te weinig om de 4 woorden 'pay in bus possible?' te begrijpen. Uiteindelijk was ik, op aanraden van de Lonely Planet gids, naar het prefectural tourist information centre gegaan, waar ik dus binnen 2 minuten alle benodigde informatie had (en nog wat meer, zoals gebruikelijk).

Verder is de vlucht vrij comfortabel tot nu toe (ik schrijf dit stukje vanuit het vliegtuig ergens boven Siberie). Ik hoop dat de overstap in Frankfurt nog gaat lukken, want om de een of andere reden is de vlucht naar Schiphol vervroegd, waardoor ik nog maar 20 minuten overstaptijd heb. Mijn bagage wordt automatisch doorgestuurd, dus misschien haal ik het nog wel, afhankelijk van de lengte van de rijen. Maar omdat ik een van de weinige Europeanen op de vlucht ben zal dat wel mee vallen.

Ik wel erg benieuwd naar de temperatuur in Nederland. De afgelopen weken, sinds ik uit Nikko weg ben, is het eigenlijk elke dag mooi weer geweest, met alleen maar stijgende temperaturen. In Kyushu lag het de laatste dagen rond de 25-30, met een nog erg felle zon. Ook zal het zowiezo wel weer even een cultuurshock zijn.

Dag 31, Fukuoka

De laatste dag heb ik nog even de stad Fukuoka/Hakata bezocht. Dit is de grootste stad van Kyushu (1.8 miljoen inwoners). Zoals de naam al doet vermoeden waren dit vroeger twee verschillende steden, Fukuoka met zijn kasteel, en Hakata dat wat meer volker was. Nu is het een moderne Japanse stad, dus met veel beton, neon en winkelcentra (ondergronds, in stations, bovengronds, in torens, overal eigenlijk).

Het kasteel is nu een ruine, maar met een mooi uitzicht over de stad. En een gedeelte van de oude gracht is nu een groot park. Verder ben ik nog langs een tempel met het grootste houten Buddha-beeld van Japan (of van de wereld, dat kan ik me even niet herinneren) geweest. En ten slotte nog langs een museum over verschillende ambachten van Hakata. Dit museum bevond zich in een gereconstrueerde oude werkplaats, en je kon er zien hoe ze zijde weven in patronen, en dingen als manden vlechten en poppen maken.

Via couchsurfing had ik 's avonds afgesproken met Monne uit Thailand (maar ze studeert in Fukuoka). Hakata staat bekend om zijn tonkotsu-ramen. We zijn dus naar een ramen bar geweest (mijn 11e ramen deze vakantie). In dit restaurantje kreeg je bij binnenkomst een formulier waarop je tot in de kleinste details kon aangeven hoe je je ramen wilde hebben. Bijvoorbeeld hoe gaar de noodles moesten zijn, hoe vet de soep moest zijn, hoeveel pepers en knoflook erin moest, enzovoorts. De kwaliteit was vrij goed, maar niet zo goed als de ramen die ze verkopen in het stationsgebouw in Kyoto.

Daarna zijn we nog naar zogenaamde 'izakaya' geweest. Dat is de naam voor een kroeg in Japan. Het verschil met Nederland is alleen dat eten een veel grotere rol speelt, een beetje meer als een pub dus. Je kan er allerlij snacks zoals yakitori krijgen, en iedereen zit er eigenlijk ook te eten. Meestal zijn ze vrij klein, maar wel erg gezellig.

Uiteindelijk de laatste trein terug naar Nagasaki nog gehaald. Als je 's avonds en 's nachts op straat (of in de metro) loopt, kom je eigenlijk voornamelijk groepen (half-)dronken ambtenaren of zakenlui tegen. In Japan is het namelijk erg gebruikelijk om na het werk met je collega's ergens te gaan drinken (dus ook doordeweeks), en 's avonds begeven ze zich dan allemaal weer flink beschonken naar huis. Het is best grappig om te zien, omdat ze normaal gesproken altijd erg serieus zijn.

Tuesday, October 31, 2006

Dag 30, Nagasaki

In de 16e eeuw leed er een Chinees schip schipbreuk en kwam terecht op Kyushu. Op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat er twee Portugezen op het schip zaten. Dit was het eerste contact tussen Japan en Europa, en al gauw volgde er meer. De Portugezen bouwen een kleine handels post en begonnen, zoals ze overal deden, Japanners te bekeren tot het Christendom. Na de Portugezen volgden ook de Nederlanders en enkele andere Europese landen. Omdat al gauw enkele hoge leiders ook bekeerd werden, begon de Shogun van Japan het te zien als bedreiging. Om de Portugezen in de gaten te houden werd er in de baai van Nagasaki een kunstmatig eiland gebouwd, Dejima genaamd, waar ze niet vanaf mochten.

Begin 17e eeuw vond er een opstand plaats in Kyushu, en dit werd destijds toegeschreven aan de Christenen. De opstand werd verslagen, en de Shogun verbood vervolgens het Christendom in Japan. De Portugezen en alle andere buitenlanders werden verbannen, en er mocht geen contact met de buitenwereld meer zijn, behalve met de Chinezen, Koreanen en de Nederlanders (dit schijnt te komen omdat een van de raadgevers van de Shogun een Nederlander was). De Nederlanders hadden al een tijdje een VOC handelspost in Hirado, maar na enkele jaren werden ze gedwongen door de Shogun om naar het leeg staande Dejima te verhuizen. Ze moesten wel huur betalen voor het gebruik van de woningen en opslagruimtes van Dejima, en dit was ongeveer gelijk aan wat nu 1 miljoen dollar zou zijn. Maar de monopolie op de handel leverde uiteraard meer op.

Vooral hoog kwaliteit zilver werd met bakken tegelijk geexporteerd. Dit zilver werd betaald met ruwe zijde, die weer uit een ander land in 'Oost-Indie' kwam. De VOC had een heel netwerk opgezet waarbij bepaalde goederen telkens van land naar land werd verhandeld, net waar de vraag naar was. Uiteindelijk leidde het tot katoen dat op de Molukken kon worden geruild tegen nootmuskaat, wat destijds echt goud waard was in Europa. De Molukken hebben we verkregen door het te ruilen tegen Nieuw-Amsterdam (aka New-York), overigens. De Shogun echter verbood ook de handel in zilver, omdat het toch wel wat te snel ging. Toen bood hij gouden munten aan, maar de Hollanders vonden die van te lage kwaliteit en accepteerden ze niet. Uiteindelijk werd er overgestapt op koper. Hiervan kon de VOC weer zelf munten slaan (dat recht hadden ze).

In de tijd dat de Nederlanders op Dejima woonden, mochten ze geen enkel contact hebben met de Japanners, behalve met kooplui en prostituees. En met het legertje tolken dat altijd aanwezig was. Via deze tolken, en later toen het verbod op buitenlandse boeken werd opgeheven, kwam er nog een klein beetje Westerse wetenschap en kunst Japan binnen. Nagasaki was dus het enige punt waardoor er kennis naar binnen en naar buiten kon. Hierdoor werd het uiteraard een stad die in heel Japan bekend stond om zijn kunst, wetenschap (vooral geneeskunde), en vreemde handels voorwerpen. Die buitenlandse kennis werd 'rangaku' genoemd, wat zoiets als 'hollandse studies' betekent.

Grappig was ook dat het 'opperhoofd' van Dejima elk jaar, net zoals alle lokale heersers, een reis naar Edo (Tokyo) moest maken om de Shogun te ontmoeten. Dit moet een behoorlijk circus zijn geweest, een reis te voet met een paar vreemde buitenlanders naar de andere kant van het land. De Nederlanders zaten net zoals de Japanners in een soort kleine kastjes die gedragen werden door bedienden. Grappig detail was dat degenen waar de Hollanders in zaten te herkennen waren aan een klein uitbouwtje aan de voorkant, om ze meer beenruimte te geven.

Midden 19e eeuw liep Japan zo achter, dat de Amerikanen het einde van de afsluiting kwamen eisen. Vanaf dat moment was ook Dejima nutteloos geworden, en langzamerhand werd het opgenomen in de stad die steeds meer land van de baai opeisde en eromheen groeide. In de jaren 50 werd er echter besloten dat het eiland van zulk belang was geweest voor de ontwikkeling en de geschiedenis van Nagasaki, dat het gereconstrueerd moest worden. Over een periode van 40 jaar werd al het land opgekocht, en in de jaren 90 werd er daadwerkelijk begonnen met de sloop van de bestaande bebouwing, het archeologische onderzoek, en het herbouwen van de oude gebouwen.

In 2001 waren er 6 gebouwen klaar, en in Maart van dit jaar zijn er nog eens 5 geopend. Ze zijn prachtig gereconstrueerd, en geven een mooie kijk in het leven op Dejima. Grappig is dat de huizen van buiten Japans zijn, en van binnen ook standaard tatami matten en schuifwanden bevatten, maar dat er binnen overal Westers meubilair staat. Wel was alles destijds al op Europese lengte berekend, en dit was de eerste keer in Japan dat ik niet constant hoefde uit te kijken of ik mijn hoofd ging stoten of niet (dat gebeurt nog steeds dagelijks).

Uiteindelijk willen ze Dejima precies herbouwen zoals het begin 19e eeuw eruit zag, inclusief water aan alle 4 kanten. Hiervoor hoeft alleen maar de snelweg, de tramlijn, een brug en een rivier worden verlegd. De snelweg en tramlijn liggen precies over twee hoekjes van het eiland, maar de rivier zou toch zeker meerdere meters versmald moeten worden. In het verleden is een deel van Dejima ook gesloopt om plaats te maken voor die rivier, maar omdat hij nu op de plaats ligt van de oude brug tussen Japan en Dejima, is het wel een belangrijke voorwaarde voor een goede reconstructie. Maar de Japanners kennende zal dit vast nog wel gaan lukken, ook gezien wat ze al bereikt hebben.

's Middags ben ik ook nog even langs het atoombom museum van Nagasaki geweest, maar veel hierover is bijna hetzelfde als in Hiroshima. Opnames van de ontploffing, gesmolten spullen, foto's van verkoolde lijken tussen smeulende ruines, ooggetuige verslagen, 'schaduwen' van mensen op muren, het blijft toch indrukwekkend, ook omdat het zo tastbaar is. Omdat dit museum veel rustiger was, en alles nog grafischer is weergegeven, hadden veel mensen ook behoorlijke moeite het droog te houden. Iedereen komt dan ook een beetje verdwaast weer naar buiten.

Monday, October 30, 2006

Dag 29, naar Nagasaki

Vandaag ben ik aangekomen in de laatste stad van de reis, Nagasaki. Een stad die bekend staat om zijn verbintenis met het buitenland (de Nederlanders) en om de tweede atoombom. Maar voordat ik op de trein stapte was ik 's ochtends eerst nog even langs het Suizenji park in Kumamoto geweest. Dit park is aangelegd in .... en ontworpen om de Tokaido, de oude weg tussen Kyoto en Tokyo, voor te stellen. Die overeenkomst kon ik als leek niet helemaal zien, behalve dat de Fuji berg duidelijk herkenbaar was. Evengoed is het een erg mooie tuin om een beetje rustig in rond te wandelen. Alle foto's van vandaag zijn hiervan.

Verder is er vandaag weinig gebeurd. Om wat ruimte te vullen kan ik misschien nog wat meer vertellen over Kyushu. Een van de dingen die me opvallen is dat, hoewel iedereen ook hier naar me staart, hun gezichtuitdrukking toch net iets anders lijkt dan in de rest van Japan. In Hokkaido en Honshu was het meer een soort blik van vriendlijkheid gemengd met nieuwsgierigheid, terwijl ik het gevoel heb (maar dit is puur subjectief) dat er hier regelmatig een beetje 'wat mot je hier' tussendoor zit. Zeker in Kumamoto en Aso-san voelde ik me af en toe niet helemaal welkom, en dat gevoel heb ik verder helemaal nog nooit gehad in Japan. Hier in Nagasaki lijkt het wel als van ouds te zijn. In ieder geval waren er meteen mensen die me hielpen toen ik met mijn Lonely Planet gids op zoek was naar mijn ryokan. Ze liepen zelfs even mee om me de weg te wijzen.

Wat verder opviel in Kumamoto en Aso-san, was dat het gebied duidelijk betere tijden heeft gekend. Er stond net iets meer braak en er waren toch net iets meer verlaten en vervallen panden dan in de rest van Japan. Ook ziet alles er wat ouder uit. Nu is dat maar een relatief begrip, want heel veel dingen in Japan zien er oud uit. In Nederland zouden we het gammel noemen, maar dat is het nou net, hier lijkt het wel oud, maar werkt alles nog zoals de eerste dag. Japan is een cash land. Alles gaat hier met contant geld, en dus moeten alle machines hiermee kunnen werken. Ook houden ze hier zowiezo veel van machines, en je kan (moet) ze voor alles gebruiken; betalen in de bus, wisselgeld krijgen in de bus, bestellen in een restaurant, treintickets kopen, de toegangspoortjes voor stations, en natuurlijk al die vending machines die op elke straathoek staan en waaruit je frisdrank, bier, sigaretten, ijsjes, en eigenlijk alles wat je je maar kunt voorstellen kan halen.

Morgen op zoek naar onze Nederlandse roots in Nagasaki. Het Dejima eiland is voor een flink deel gereconstrueerd, dus ik ben benieuwd. Misschien dat ik voor het eerst eens iets kan lezen in een museum.

Sunday, October 29, 2006

Dag 28, Aso-san

Vandaag maar eens een vulkaan beklommen. Had ik nog nooit gedaan dus het werd tijd. Midden in Kyushu (het zuidelijke eiland van Japan) ligt een vulkaan caldera, genaamd Aso-san (san betekent berg). Een caldera is een soort kom-vormige krater, met een vrij plat middengedeelte, en hoge bergranden. Zo'n caldera ontstaat als een vulkaan-berg door het uitspuwen van lava van binnen 'hol' wordt. Dan kan de berg in zichzelf instorten.

De Aso-san is vrij oud, en zo'n 128 km in omtrek, waarmee het een van de grootste caldera's ter wereld is (en de grootste nog actieve). Dat moet dus een behoorlijk klap zijn geweest toen die uitbarstte (en instortte). Inmiddels zijn er allemaal dorpen, steden en zelfs spoorwegen in de caldera gebouwd. Omdat er zich vaak wel nog wat magma onder de oude vulkaan bevindt, ontstaan er vaak weer kleinere vulkanen in de caldera. Dit is ook hier gebeurt. Ongeveer middenin de grote krater bevinden zich een stuk of 5 bergen, waarvan er eentje nog actief is.

Het is een schitterend natuurgebied, met mooie en ruige bergen, omgeven door vlaktes en met altijd op de achtergrond de hoge steile wanden van de caldera. Aan een kant is de caldera open, en via deze kant kun je dus makkelijk met de trein vanuit Kumamoto naar Aso (de stad in het midden, waarna de caldera vernoemd is, denk ik) reizen. Vervolgens heb ik de bus genomen naar het vulkaan museum dat midden tussen de 5 bergen ligt. Dat museum heb ik (letterlijk) links laten liggen, want het was veel mooier om te voet de omgeving te verkennen. Gelukkig voor de toeristische wandelaar zoals ik liepen er geasfalteerde voetpaden en stenen trappen de bergen op. En gelukkig voor de Japanse vrouwen met naaldhakken (die dragen ze hier bijna allemaal, en altijd extreem lange, waar ze totaal niet op kunnen lopen) en Louis Vuitton tas (die hebben ze ook allemaal), was er ook een kabelbaan station dat je naar de rand van de vulkaan bracht. En voor diegenen met een rijke vent was er zelfs nog een helikopter.

Ik ben eerst de Kijima-dake op geklommen. Deze is 1321 meter hoog, en geeft een schitterend uitzicht over de hele omgeving (zie foto's). Vroeger was het zelf een vulkaan, want het heeft nog een krater in het midden. Hier kun je helemaal omheen lopen, over de rand. Vervolgens ben ik de berg af en naar het kabelbaan station gelopen en vandaar omhoog geklommen naar de actieve vulkaan, de Naka-dake. Terwijl de Kijima-dake begroeid is met gras en struiken, is de Naka-dake net een maanlandschap. Overal ligt een soort zwart 'zand', keien en rotsen, en hier en daar groeit wel iets, maar het heeft een rare oranje-bruine kleur.

De krater ligt op ongeveer 1300 meter hoogte, en er komen continu allerlij stinkende (en mogelijk giftige) gassen uit (zie foto). Er wordt afgeraden om te krater te bekijken als je astma hebt, en als de wind verkeerd staat is het zelfs verboden om op sommige plaatsen te komen. In de krater zelf bevindt zich een soort meertje met een vreemde blauw-groene kleur. Er zijn in het verleden wel mensen gedood door een plotselinge uitbarsting, en daarom staan er nu hier en daar een soort betonnen hutjes waarin je kan schuilen in zo'n geval. Maar vandaag was alles rustig.

Saturday, October 28, 2006

Dag 27, Kumamoto

Het laatste gedeelte van het avontuur is vandaag begonnen. Ik ben van Hiroshima in slechts 3 uurtjes naar Kumamoto gereisd. De eerste anderhalf uur ging met zo'n 280 km/u gemiddeld, dus dat schoot lekker op. Kumamoto ligt op Kyushu, het 3e eiland van Japan kwa grootte (na Honshu en Hokkaido). Dit is ook meteen het meest zuidelijke punt van de trip, en dat is te merken. Het is hier nu zo'n 25 graden in de schaduw, en totaal onbewolkt. Het zal wel even wennen zijn wanneer ik terug kom in Nederland. Kwa hoogtegraad ligt Kumamoto op de hoogte van noord Afrika, en landen zoals Tunesie en Marokko.

Je merkt wel wat verschillen tussen de mensen in Kyushu en in de andere regio's van Japan. Eigenlijk is het een beetje net zoals overal ter wereld. In het noorden zijn de mensen wat nuchterder, maar wel erg vriendelijk, behulpzaam en open als het ijs eenmaal gebroken is. In het midden van het land zijn de mensen het meest gewend aan buitenlanders, en is iedereen vooral erg druk bezig met werken. En in het zuiden lijken de mensen wat meer bon vivant, en extravert.

De minshuku waarin ik verblijf is wel weer een apart geval. Ten eerste was het goed dat ik wat Japans kan lezen, anders had het kiezen van de goede bushalte al een probleem geworden. Toen ik aan kwam moest ik eerst even zoeken totdat ik iemand had gevonden die aanwezig was. Zij sprak geen Engels, maar na een telefoontje kreeg ik wel een sleutel (in sommige andere ryokans vergaten ze dat nog wel eens). Verder echter geen info, dus ik moest zelf even op zoek naar dingen zoals toilet, badkamer en eetkamer. Het is een geheel houten gebouw en overal aan de muur hangen (Japanse) posters van Marilyn Monroe. Maar ook hangen er silicon chip wavers (waarvan computer chips worden gemaakt) aan de muur, wel een merkwaardige combinatie dus.

's Middags heb ik de hoofd-attractie van Kumamoto bezocht, te weten het kasteel. Het is gebouwd rond 1600, toen er overigens erg veel kastelen werden gebouwd, vanwege de continue burgeroorlogen. Tijdens de Edo era werd er niet gevochten, maar het werd gebruikt door de leiders van de lokale clan als machtsbasis. Deze clan is aan de macht geweest tot aan de Meiji restoration, waarna het keizerlijke leger het gebruikte als hoofdkwartier in west Japan. Vlak na de restoration vond er een opstand plaats in Kyushu, en werd het kasteel toch nog een slagveld. Echter, 3 dagen voordat deze Seinan burgeroorlog begon, vond er een grote brand plaats in het kasteel, waardoor de centrale toren en op een paar na alle andere gebouwen verwoest werden. Aangestoken door een verrader misschien? De centrale toren en veel van de poorten en muren zijn sinds de jaren 60 gerecontrueerd, waardoor het een van de mooiste kastelen is van Japan. Zie de twee foto's.

Vlakbij het kasteel staat ook de villa van een van de machtigste samurai families van de regio tijdens de feodale periode. Deze is nog in originele staat (hoewel enigszins opgeknapt in de 20e eeuw). Het heeft een prachtige tuin en geeft een mooie kijk in het leven van de (top-)samurai van die tijd. Zie foto.

Friday, October 27, 2006

Dag 26, Miyajima

Zoals beloofd eerst nog even het verhaal over het kasteel van Hiroshima (zie foto). Hiroshima betekent letterlijk 'breed eiland', aangezien het gebouwd is op een stuk of wat eilanden in een rivierdelta. De naam werd voor het eerst gebruikt toen er in de 16e eeuw een kasteel werd gebouwd. Tijdens de Meiji restoration is het meeste van het kasteel ontmanteld, behalve de 'donjon', oftewel de centrale toren. De Amerikanen hebben het karwei afgemaakt (de toren was van hout en stak nog uit ook), en daarom is de huidige toren een reconstructie uit de jaren 50. Net zoals in Aizu-Wakamatsu is binnenin een museum gevestigd, en je kan zelfs nog een wapenuitrusting aantrekken voor een foto.

Terug naar vandaag. Weer via de couchsurfing website (zie Kamakura verslag), had ik Julia uit Maleisie (maar studeert in Hiroshima) gevonden die me wel rond wilde leiden over het Miyajima eiland. Dit is een klein eilandje in de baai van Hiroshima dat vooral bekend is om zijn drijfende 'torii' (zie foto), en een schrijn die op palen in het water is gebouwd. Grappig is dat bij eb de schrijn droog komt te staan, en er dan 3 ronde 'spiegel' plassen te zien zijn in de grond. Deze plassen lopen niet leeg bij eb, omdat ze gevuld worden door zoetwater bronnen. Ook kun je bij eb naar de torii toe lopen.

Vervolgens zijn we nog de Misen berg op geklommen. Deze is 530 meter hoog en geeft een prachtig uitzicht over de baai van Hiroshima aan de ene kant en de binnenlandse Seto zee aan de andere kant (zie foto). Ook staat er bijna bovenop een mooie schrijn. Het pad omhoog (en omlaag) is wel vrij lastig hier en daar. Dit komt omdat typhoons regelmatig aardverschuivingen veroorzaken. Net zoals in Nara lopen er ook hier in het dorpje herten vrij rond. Ook op de berg liepen ze hier en daar een tijdje met je mee over het pad.

Thursday, October 26, 2006

Dag 25, Hiroshima

Vandaag dan echt Hiroshima bekeken. Eigenlijk staat hier echt alles in het teken van één tijdstip, kwart over 8 's ochtends op 6 augustus 1945. Op dat moment veranderde de hele stad in een grote vlakte van brandend puin en lijken. Van de 255 duizend inwoners werden er ongeveer 80 duizend direct vermoord, en binnen 4 maanden stierven er nog eens zo'n 60 duizend door brandwonden en radioactieve straling.

Het begon allemaal eind jaren 30. Het was al langer bekend dat atoomsplijting en -fusie enorme hoeveelheden energie konden opwekken, maar er werd getwijfeld of dat ooit gerealiseerd kon worden. Tijdens de 2e Wereldoorlog kwamen de Amerikanen er achter dat de Duitse wetenschappers op zoek waren naar een praktische oplossing om de energie uit atomen op te wekken, uiteraard als wapen. Vrij snel daarna wisten Amerikaanse en Britse wetenschappers president Roosevelt te overtuigen van het nut van onderzoek naar zo'n wapen, mede dankzij een aanbeveling van Einstein. In het diepste geheim werd er begonnen aan onderzoek. Uiteindelijk is er 2 miljard dollar in het project gestopt (een enorm bedrag, en het is nog steeds een van de duurste wetenschappelijke onderzoeken ooit), en het resultaat was dus een daadwerkelijke bom. Deze werd voor het eerst getest in Juli 1945 in de woestijn van New Mexico.

In 1943 was het plan om de bom te gebruiken tegen Duitsland, maar omdat die in 1945 al zo goed als verloren hadden, werd Japan het doelwit. Amerika had meerdere redenen (excuses) om de bom te gebruiken. Ten eerste zou het juist levens redden. Dat wil zeggen, vooral levens van Amerikaanse soldaten bij een aanval op het vasteland van Japan. De aantallen doden bij de aanval op Okinawa, toonde aan dat de Japanners nooit zouden overgeven. Ten tweede, omdat de oorlog in Europa vrijwel over was, was Rusland van plan om Japan de oorlog te verklaren. Als dit zou gebeuren, zou de VS een bezetting van Japan misschien moeten delen met de Russen, en zouden er dezelfde spanningen kunnen ontstaan als in Europa. Een snel einde van de oorlog vonden ze dus van het hoogste belang. En ten slotte, het project had 2 miljard gekost, en dat zou nooit te verkopen zijn geweest ten opzichte van de Amerikaanse bevolking als de bom uiteindelijk niet het einde van de oorlog zou veroorzaken.

De Amerikanen bombardeerden overigens al langer Japanse steden. In maart van 1945 werd bijvoorbeeld Tokyo met brandbommen platgegooid (net zoals in Dresden is gebeurt), waarbij 100 duizend mensen stierven. Het doel van de atoombom is dan ook niet de praktische schade, maar de psychologische schade, het afschrikkingseffect.

Er werden verschillende doelwitten uitgekozen. Het ging daarbij om de grootte van de stad (veel slachtoffers), het soort huizen (hout brand goed, dus veel verwoesting), en de omgeving (in een vallei weerkaatsen de bergen de ontploffing (groter effect). Een van de doelwitten was overigens Kyoto, want ze verwachtten dat de intellectuele elite van Japan die daar huisde de symboliek van de bom wel zou inzien. Maar omdat een van de Amerikaanse bevelhebbers daar op huwelijksreis was geweest, en, zoals iedereen, onder de indruk was van de historische schatten van de stad, werd het van de lijst geschrapt.

Toen kwam Hiroshima dus bovenaan te staan, want het voldeed prima aan de voorwaarden, en (heel belangrijk) het was de enige stad die geen krijgsgevangenen kamp had. De steden op de lijst werden de maanden ervoor gespaard van normale bombardementen, om op die manier het precieze effect van de bom goed te kunnen bestuderen. Enkele dagen voor de bom werd er nog een ultimatum voor overgave gestuurd naar Japan, maar dit werd niet aangenomen. Dit was wellicht ook helemaal niet de bedoeling van het ultimatum, want het behoud van de keizerlijke troon, een belangrijke voorwaarde voor overgave, kwam er niet in voor. 3 dagen stegen er drie vliegtuigen op van een zuidelijk eiland. 1 droeg de bom, en de andere twee maakten foto's en lieten meetapparatuur aan parachutes las, opnieuw om de effecten van de bom te kunnen meten. Het was die dag volledig onbewolkt boven Hiroshima, en dus was het lot van de stad bezegeld.

Op de plaats waar destijds het hypocentrum van de bom was, ligt nu het Peace Memorial Park. Dit park is bezaaid met monumenten voor allerlij verschillende groepen mensen die om zijn gekomen. Zo is er een monument voor Koreanen (er kwamen zo'n 20 duizend Koreanen om), die ontvoerd waren om in Japan te werken. Er is een vlam die blijft branden tot er geen nucleaire wapens meer op aarde zijn. Er is een heuveltje met de as van 70 duizend niet-geidentificeerde lijken. Er is een marmeren kist met de namen van alle overledenen (zie 2e foto).

En er is een monument voor de kinderen (zie 3e foto). Hier zit een aangrijpend verhaal aan vast. Een van de overlevenden van de bom was een klein meisje van 2, genaamd Sadako. Ze groeide gezond op, totdat op 11 jarige leeftijd leukemie werd vastgesteld (veroorzaakt door de straling van de bom). Er werd haar nog een jaar gegeven. Haar beste vriendin vertelde haar op een gegeven moment over de Japanse legende dat als je 1000 kraanvogels vouwt van papier, je grootste wens uitkomt. En dus begon ze te vouwen. Ze gebruikte elk stukje papier dat ze kon vinden, zelfs het papier om haar medicijnen. Uiteindelijk heeft ze ruim 1300 vogels gevouwen voordat ze overleed. Haar wens was echter niet alleen dat ze zelf weer beter zou worden, maar ook dat er vrede op aarde zou komen. Vervolgens zijn haar klasgenootjes brieven gaan sturen met het plan een monument op te richten in het park voor alle overleden kinderen. Ook gingen ze door met vouwen, met dezelfde wens als Sadako. Aangegrepen door het verhaal kwam het monument er vrij spoedig. En tot de dag van vandaag blijven ook de kraanvogels komen, gevouwen door kinderen over de hele wereld. Ze worden als een soort slingers opgehangen bij het monument.

Er zijn trouwens vrij veel kinderen omgekomen door de bom. Omdat de stad vreesde voor brandbombardementen, werde hele stroken met huizen verwoest, om zo belangrijke gebouwen van het leger te beschermen tegen brand. Voor deze sloopwerkzaamheden werden veel schoolkinderen gemobiliseerd. 's Ochtends om 8 uur waren velen van hen dus nog onderweg naar hun werk.

Het meest indrukwekkende in het park is het museum. Hierin wordt uiteraard het hele verhaal verteld, zowel voor als na de bom, maar het meest aangrijpende zijn nog wel de tastbare dingen die bewaard zijn gebleven. Zo zijn er veel half verschroeide kleren te zien (vaak van kinderen), en schoolbadges waarvan de letters (die donkerder zijn en dus meer hitte opnemen) weggeschroeid zijn. Maar ook een verwrongen driewieler (het kind dat erop reed overleed), aan elkaar gesmolten en verwrongen flessen en dakpannen, en horloges die precies om kwart over acht stil zijn blijven staan. Ook is er een stuk stoep te zien met een donkere schaduw waar iemand heeft gezeten (de tegels eromheen zijn lichter geworden, door de hitte van de bom). Er zijn foto's gemaakt van de dag van de ontploffing, met mensen aan de kant van de weg vragend om water, en lijken drijvend in de rivieren. Erg aangrijpend zijn ook de tekeningen, gemaakt door overlevenden, met bijvoorbeeld daarop half verbrandde mensen die over de lijken kruipen richting de rivier, waar ze vervolgens in verdrinken. Of van mensen die de 'zwarte regen' (de sterk radioactieve regen uit de paddestoelwolk) drinken.

Het verhaal wordt gelukkig wel doorgegeven aan de nieuwe generaties, want elke dag krioelt het park van de duizenden schoolkinderen die er komen. Het museum leek af en toe wel een schoolplein. Ook werd ik vaak aangesproken door verlegen schoolkinderen (dat moesten ze denk ik voor hun les) over wat ik ervan vond, en ik moest dan natuurlijk meteen met ze op de foto. Vaak moest degene van de groep die het beste Engels kon het woord doen. Ze vonden het dan wel weer fantastisch als ik een Japans woordje wist te produceren. Maar zo te merken kwamen veel van die klassen uit kleine steden waar ze bijna geen buitenlanders kennen.

Ziezo, het is een lang verhaal geworden, maar gisteren was dan ook erg kort. Ik heb het niet eens over het kasteel van Hiroshima gehad, maar dat kan er morgen wel bij.

Wednesday, October 25, 2006

Dag 24, naar Hiroshima

Over vandaag valt weer niet veel te vertellen. Het is maar 3 uurtjes reizen naar Hiroshima, maar er waren weer eens treinproblemen. Dit is al de tweede keer in 3 weken, dus misschien is het Japanse treinsysteem toch niet zo feilloos als ze willen doen geloven. Ik heb dus ook niet zoveel foto's kunnen maken, maar om toch nog iets te laten zien, ben ik 's avonds even naar de 'A-Bomb Dome' gelopen. Dit is de ruine van een gebouw dat precies onder het hypocentrum (een atoombom ontploft in de lucht en niet op de grond, om het effect zo groot mogelijk te maken) van de eerste atoombom lag. Alles in de omgeving van het gebouw was letterlijk plat, maar van dit gebouw stond nog wat, waaronder het geraamte van de koepel. Dit komt omdat het vrij nieuw was en gemaakt van gewapend beton, en vanwege de richting waarin een atoombom ontploft. Morgen meer over de bom op Hiroshima.

Toen ik langs het monument liep om deze foto te maken, hoorde ik overigens een bekende melodie. Het bleek dat even verderop langs het hek, drie mensen stonden. Ze hadden een spandoek opgehangen, kaarsjes en waxinelichtjes aangestoken, en hadden een draagbare radio waaruit 'Imagine' van John Lennon klonk. Even verderop, langs de oever van de rivier die langs het monument stroomt, waren wat jongeren bezig herrie te maken op muziekinstrumenten. Maar muziek kon je het niet noemen, ze ongelovelijk lelijk was het. En zo waren sommigen dus bezig om te bidden voor vrede op aarde, en waren anderen juist weer bezig die vrede te verstoren. Maar zo lijkt het altijd wel te gaan.

Tuesday, October 24, 2006

Dag 23, Kyoto

In de planning stond voor vandaag eigenlijk 'Kansai', zo heet deze regio van Japan. Maar omdat ik nog niets echt over de regio (behalve over Kyoto en Nara) had gelezen, heb ik besloten om er een relaxed dagje Kyoto van te maken. Vooral relaxed omdat ik de weg nog weet, en weet welke bezienswaardigheden de moeite waard en/of gratis zijn. Overigens kan ik me van bijna elke stad waar ik ooit geweest ben de stadsplattegrond nog voor geest halen (tenminste, als ik er ooit de weg heb moeten zoeken met een kaart). Soort fotografisch geheugen ofzo, denk ik. Dat klinkt overigens nuttiger dan dat het eigenlijk is, want hoe vaak kom je nou als toerist twee keer in dezelfde stad?

's Ochtends eerst wat lunch-werk (melk en rijstbal) ingeslagen bij de dichtsbijzijnde convenience store. Deze kleine supermarktjes zitten overigens overal in Japan en zijn 24 uur per dag open, erg handig. Daarna door naar de fietsverhuur nabij het station. Toen ik daar kwam, vroeg de medewerkster (Tomomi, studeert in vrije tijd Frans, emailadressen uitgewisseld) of ik al eerder daar een fiets had gehuurd. Tsja, een half jaar geleden, zei ik (bij mijn eerste bezoek aan Kyoto). Bleek dus dat ze me nog kende van de vorige keer.

Eerst ben ik naar een tempel gefietst met gratis toegang (blijf toch Nederlands), en vervolgens naar de Kiyomizu-dera. Dit is een erg bekende, en dus enorm drukke, tempel die gedeeltelijk staat op houten palen en tegen de helling van een berg is gebouwd (zie foto). Vooral tijdens het kersebloesem seizoen is hij schitterend, als alles bomen eromheen in (roze) bloei staan. Hierna was het al een beetje tegen lunchtijd aan, dus ben ik naar het keizerlijke park gefietst. Daar heb ik lekker in de schaduw mijn lunch opgegeten, en ondertussen een beetje genoten van het mooie park.

Ook had ik nog even tijd om een stukje krant te lezen. In Japan heb je een paar Engelstalige dagelijkse kranten, bedoeld voor de buitenlandse inwoners en reizigers. Ik had de Japan Times, maar de andere bekende zijn de Daily Yomiuri en de Asahi Shimbun. Deze kun je vaak in grote steden of in kioskjes op grote treinstations krijgen. Op het moment gaan ze echter maar over een ding: Noord-Korea. Zowiezo krijgt Europees nieuws niet zo veel aandacht, en ik heb eigenlijk geen flauw idee wat er op het moment in Nederland allemaal speelt (verkiezings campagnes zeker?).

Na een rondje door het park ben ik eerst naar de Heian Jingu gefietst. Deze bekende schijn heeft een prachtige tuin, maar rond twee uur was het nog zo druk, dat ik besloot eerst wat andere dingen te bezoeken (een fiets is dus erg handig). Eerst heb ik het Path of Philosophy gefietst, en ben er ook deze tweede keer niet echt wijzer van geworden. Vervolgens nog even langs een hele mooie half in de bossen verscholen, maar weinig bezochte, tempel geweest, de Honen-in (zie foto).

Al deze plekken kende ik dus nog van vorige keer, en zo ook de Nanzen-ji Oku-no-in. Dit is een prachtig sfeervol klein schrijntje, verscholen in een vallei achter de Nanzen-in, en vrijwel genegeerd door toeristen. Wel kwam ik er dus wel twee Nederlanders tegen, tenminste dat hoorde ik aan hun dikke accent, want ze vroegen de weg in het Engels. Zowiezo heb ik vandaag verrassend veel Nederlanders gezien, ook al twee kak-studentes in de Honen-in.

Ten slotte dus nog langs de tuinen van de Heian-jingu (zie foto). Die zagen er nu in de herfst toch weer heel anders uit dan in de lente, ik zou eigenlijk de foto's eens moeten vergelijken. Voor het eerst deze vakantie begon het te regenen (behalve destijds tijdens het shinkansen avontuur), dus ik moest nog doorfietsen om redelijk droog bij de fietsverhuur te komen.

Morgen naar Hiroshima, eindelijk weer een onbekende stad.

Monday, October 23, 2006

Dag 22, Himeji

Vandaag was het weer tijd voor kastelen. Een van de mooiste, nog in originele houten (!) staat zijnde, kastelen van Japan staat in Himeji. Dit is een stad op ongeveer 1 uur van Kyoto, als je de shinkansen neemt tenminste. Het ligt even ten westen van Kobe. Het is weer een typische kasteelstad, met aan drie kanten bergen en aan de 4e kant een vlakte grenzend aan de zee. Het kasteel is gebouwd eind 16e eeuw door Toyotomi, de heerser uit de Kyoto regio. Later moest hij het afleggen tegen de bekende Ieyasu Tokugawa (zie weer het Nikko verslag), en werd het kasteel gegeven aan een van de generaals die Toyotomi had verslagen, Ikeda. Die heeft het vervolgens uitgebreidt. Later ging het van clan naar clan, en van eigenaar naar eigenaar, totdat in de Meiji restoration de samurai clans werden afgeschafd. Na de 2e wereldoorlog, toen het besef over de historische schatten in Japan groeide, is het hele kasteel opgeknapt, uiteraard op de traditionele bouwwijzes en met originele materialen (hout dus).

Het kasteel heeft een hoofdtoren van 6 verdiepingen, die geschat wordt op een gewicht van zo'n 5000 ton. Dit moet dus allemaal door hout worden gedragen. Om de toren heen staan nog kleinere torens, binnenplaatsen, muren, gebouwen voor de hofhouding, een plaats om rituele zelfmoord te plegen (ook belangrijk), putten waarin wel eens een lijk werd gedumpt, en krom lopende opslagruimtes. Het kasteel is helemaal in het wit afgewerkt, waardoor het de bijnaam 'witte reiger' heeft, White Egret in het Engels. In vroegere tijden lagen er om het kasteel 3 grachten met muren. Binnen de eerste stond het kasteel, binnen de tweede woonden de samurai, en binnen de derde woonden de handelaren van de stad. Nog steeds zijn een aantal van de grachten zichtbaar in de stad Himeji.

Naast het kasteel ligt een Japanse tuin. Deze is vrij nieuw, uit 1992, maar wel volgens oude stijlen ontworpen. Het bevat schitterde meertjes, bomen en rotstuintjes, en is heerlijk om rustig doorheen te wandelen. Ook staat er een theehuisje, waarin je voor 500 Yen een theeceremonie (met wat zoetigheid) krijgt. Volgens een Duitse toeriste die ik gisteren had gesproken was dit zeer de moeite waard om te doen. Bij binnenkomst uiteraard schoenen uit, loop je via de veranda over tatami matten naar een kamer met uitzicht op een mooie tuin. Het zijn uiteraard schuifwanden (en geen gewone ramen ofzo) waardoor je een mooi zicht hebt. Je moet dan gaan zitten, op je knieen, waarbij je dus zeg maar op je hielen steunt. Alleen is dit een nogal ongemakkelijke houding voor een stijve en lange Europeaan zoals ik, dus mocht ik ook in 'samurai-zit' zitten, dat wil zeggen met je benen gekruist voor je. Vervolgens komt er een bediende over de tatami 'lopen', dat wil zeggen zonder haar voeten op te tillen, meer schuiven dus. Ze knielt ook, en zet een schaaltje met iets zoetigs voor je neer en maakt een buiging bijna met het hoofd tot op de grond. Ik buig ook uiteraard. Even later wordt dat herhaald, maar dan met een kopje 'matcha', oftewel groene thee gemaakt van poeder. Dit is een groene thee soort die vooral wordt gebruikt in theeceremonies. Toen ik dat op had, werd er nog even een stoel op de veranda gezet zodat ik even in wat makkelijkere houding van de tuin kon genieten.

Terug in Kyoto was het al laat, maar gelukkig kun je eten krijgen in het stationsgebouw. Dit gebouw is wel een verhaal opzich. Het is een ultramodern gebouw, met een enorme glazen gevel van 12 verdiepingen hoog. Vanuit de begaande grond van de centrale hal gaat er een (lange) roltrap door de open lucht (nou ja, er hangt dus een glazen koepel op 12 hoog) helemaal naar het dak van de 11e verdieping. Ook gaat ernaast een brede trap omhoog, welke soms weer gebruikt wordt als tribune voor een optreden op een plateau op de 4e verdieping. In de west kant van het gebouw (onder de lange roltrap) zit een department store, Isetan. De 10e en 11e verdieping bestaat eigenlijk helemaal uit restaurants. De 10e is mijn favoriet, want dat zit helemaal vol met ramen tentjes. Als je de lift uitkomt, hangt er zelfs een plakkaat met van elk restaurant de 3 beste ramen soorten met de prijs. Ik heb er inmiddels al 3 van de 7 geprobeerd, en ze zijn zeer goed. Er staan dan ook meestal rijen voor de tentjes, die tot op de laatste plaats gevuld zijn. Grappig is ook dat als je een tentje binnengaat de hele staf luidkeels 'irasshaitemase!' (welkom) naar je roept. De medewerker die bij de 'deur' staat roept dat als eerst, en de rest echo-t het dan na. Verder loopt er nog hoog boven de centrale hal, op 10 hoog, een wandelbrug, waarvanaf je een mooi uitzicht hebt over Kyoto. De stationsgebouwen van drukke steden zijn overigens legendarisch in het aantal verdiepingen, het aantal in en uitgangen (en hoe je nooit de goede vind), en hoe ze altijd vergroeid zijn met winkelcentra, wat een beetje vreemd gevoel geeft als je daar met je koffer loopt.

Sunday, October 22, 2006

Dag 21, Jidai Matsuri

Matsuri is Japans voor 'festival'. Elke stad in Japan heeft meerdere festivals verspreid over het jaar. Ze hebben meestal hun oorsprong in (zeer) oude tradities, en vallen vaak samen met de jaargetijden, of oogst en plant seizoenen. Japanners houden veel van feesten en bij dit soort gelegenheden zijn ze dan ook op hun relaxed-st. Kyoto heeft zeer veel matsuri's, elke maand wel een paar. Vandaag waren er twee, namelijk het Karuma-hi Matsuri (vuur festival), en het Jidai Matsuri. De eerste vind plaats in de avond in een stadje 30 km van Kyoto vandaan, en is lastig te bereiken (en te lastig weer verlaten). Daarom ben ik vandaag alleen naar het Jidai matsuri gegaan.

Het Jidai Matsuri is eigenlijk nog erg nieuw. Het werd eind 19e eeuw (net na de Meiji restoration) ingevoerd, om te herdenken dat Kyoto zo'n 1100 jaar de hoofdstad was geweest, en dat toen was kwijtgeraakt aan Tokyo. Het festival bestaat uit een processie die er zo'n 2 uur over doet om voorbij te komen, en 4 en een halve kilometer aflegt van het keizerlijke park naar de Heian jingu schrijn. In de processie lopen allemaal mensen in oude kostuums. De eerste zijn van eind 19e eeuw, en dan gaat het terug in de tijd tot bijna aan het begin van de jaartelling. Het is erg leuk om te zien, en je kan uiteraard mooie foto's maken. De meeste belangrijke figuren uit de geschiedenis van Kyoto komen langs. Dat wil zeggen, hoe zij en hun soldaten en de mensen van die tijd zich kleedden. Verder laat ik de foto's maar spreken.

Uitleg bij de foto's (van boven naar beneden):
- kar met heilige stukken
- hofdames uit de Heian era, op een rijdend platform
- dragers met een kist
- rijtuig voor de leider, getrokken door een os
- rijtuig met de huidige burgermeester van Kyoto


Saturday, October 21, 2006

Dag 20, Nara

Nara was de eerste hoofdstad van Japan. Daarvoor verplaatste de hoofdstad bij de dood van de keizer naar een nieuwe stad. Dit vanwege bepaalde tradities van het shinto geloof (dat is het oorsponkelijke Japanse geloof). In de 7e eeuw kwam echter het Buddhisme overwaaien vanuit China. Toen dat de belangrijkste religie werd, veranderde ook de hoofdstad niet meer. Na enkele probeersels werd uiteindelijk Nara gekozen. De stad werd ook een centrum van Buddhisme in Japan. Het heeft echter maar 75 jaar geduurd. Nadat een priester de keizerin had verleid en bijna de macht over het land had gegrepen, werd besloten om de hoofdstad te verplaatsen naar Kyoto (dat een stuk ten noorden van Nara ligt) weg van de machtige geestelijken in Nara. Kyoto is ook de officiele hoofdstad gebleven tot de Meiji restoration eind 19e eeuw.

De invloed van het Buddhisme en het keizerlijke hof zijn echter nog goed te zien. Ook omdat alle latere oorlogen een beetje langs Nara heen zijn gegaan, zijn vele tempels en schrijnen nog bewaard gebleven. Nara telt dan ook 8 werelderfgoed monumenten, en hoeft daarmee alleen Kyoto voor zich te dulden in Japan (die heeft er 17!). Het mooie is dat veel van die monumenten in en rond Nara Koen (spreek uit: ko-en, park) liggen. De wandelingen tussen de bezienswaardigheden zijn dus ook de moeite waard. Daar komt nog eens bij dat er in dat park zo'n 1200 tamme herten leven. Er zijn uiteraard dus ook stalletjes waar je voer voor de herten kunt kopen. Het is wel grappig om te zien hoe kinderen (en volwassenen) vervolgens bestormd worden door de herten op zoek naar eten. Die herten lopen dus overal, ook over de weg die het park in tweeen deelt. Maar volgens mij steken ze pas over als ze het geluid van het groene voetgangerslicht horen.

Het is moeilijk iets te zeggen over alle bezienswaardigheden, maar eentje sprong er wat mij betreft bovenuit vandaag. Het was eigenlijk puur toeval, maar ja, de mooiste dingen zijn vaak puur toeval. Net toen ik de Kasuga Taisha schrijn binnenging, was daar een shinto huwelijk (denk ik) aan de gang. Dat stond natuurlijk bol van de gebeden en traditionele ceremonies. Eigenlijk weet je op zo'n moment niet of je er nou foto's van moet maken of niet. Ik (en de andere toeristen ook) heb het toch gedaan, want hoe vaak maak je dat nou mee? Je kon er heel dichtbij komen.

Overigens, tijdens die huwelijks ceremonie werden er ook nog andere mensen gezegend in de schrijn. Zo was er een groep zakenlui (denk ik), waarvoor een priester een gebed op zei, en waarvoor vervolgens een soort ceremonie werd gedaan. Zie foto. De linker priester had twee plankjes die ie tegen elkaar sloeg terwijl hij bepaalde teksten op las. De andere priester speelde daarbij een melodie op zijn fluit, terwijl de priesteres in het midden een soort dans deed. Ditzelfde werd even later ook gedaan voor de huwelijks groep, alleen dan met twee priesteressen. Dat zal wel nog heiliger zijn geweest. Dat zal overigens ook nog wel duuder zijn geweest, want uiteraard zal er een flinke 'donatie' tegenover moeten staan. De schrijn is namelijk een van de mooiste van Nara, en een werelderfgoed stuk.

Maar ook kwam er een meisje van kleuterleeftijd (helemaal uitgedost in kimono) met haar ouders voor een klein gebed langs. Zowiezo zie je bij alle schrijnen en tempels die ik bezoek continu mensen even iets bidden. Misschien is het voor een ziek familielid, voor een aankomend schoolexamen, voor een goede zakendeal, of gewoon zo maar. Japan is een heel modern land, maar toch vind je overal een erg sterke spiritualiteit, in alle lagen van de bevolking. In Nederland gaan die twee dingen al lang niet meer samen. Ook ik vind dat je voor een examen beter goed kan leren en uitslapen, dan dat je een muntje in een kist gooit, een bel luidt en twee keer in je handen klapt. Maar misschien ligt het ook aan de soort religie. In het christendom bijvoorbeeld wordt er vooral de nadruk gelegd op een lijst van willekeurige en verouderde leefregels. Het wil teveel invloed hebben op ons leven, en daarom vinden we het vaak onzin. De manier waarop Japanners geloof beleven is eigenlijk precies andersom. Ze komen ernaartoe als ze het nodig hebben. Als je wat extra hoop of geluk nodig hebt, ga je even naar de tempel, en verder bemoeit het geloof zich nergens mee. Op die manier wordt het veel laagdrempeliger, denk ik.

Ten slotte was er nog een andere bezienswaardigheid die ik wil vermelden, omdat ik dat in een eerder verslag had beloofd (zie Kamakura). In Nara Koen staat het grootste houten gebouw ter wereld, met daarin een van de grootste bronzen beelden ter wereld. Het is een Buddha beeld, oorspronkelijk gegoten in de 8e eeuw, maar later opnieuw gemaakt. Het is 16 meter hoog, bevat 437 ton brons, en 130 kilo goud. En rechts zie je een foto.

Friday, October 20, 2006

Dag 19, naar Kyoto

De dag begon vandaag al vroeg. Ik had namelijk mijn wekker gezet om Pieter op zijn verjaardag te verrassen met een belletje. Ik had het al 's avonds geprobeerd, maar toen was het 1 uur 's middags in Nederland en nam er niemand op. Toen besloot ik om het 's ochtends om 7 uur nog eens te proberen. Ik moest eerst nog een stukje met mijn slaperige hoofd door de stad lopen voordat ik bij de telefooncel was. Wonder boven wonder werkte alles prima, en kreeg ik direct Pieter aan de lijn. Bij hem was het net voorbij middernacht.

Verder valt er eigenlijk vrij weinig over vandaag te zeggen (als je de andere verslagen hebt gelezen, weet je dat dat me er niet van weerhoud om toch weer een lap tekst te schijven). Het was de dag van het weerzien met Kyoto. Net zoals in Tokyo voelde het wel een beetje vreemd aan. Ik heb een half jaar geleden al bijna alle hoofd-bezienswaardigheden van beide steden gezien, dus dan voel je je om de een of andere reden wat minder een toerist. Uiteindelijk heb ik toch nog even besloten om langs een schrijn te gaan die ik vorige keer nog niet bezocht had omdat ie iets buiten het centrum ligt. Het is een van de bekendste schrijnen (hij komt ook voor in films, zoals Lost in Translation, en Memoires of a Geisha). Dit komt vooral door een pad dat de heuvel op loopt, en waarop je als het ware door een tunnel van torii gaat. Gewoonlijk markeert een torii de ingang tot een schrijn, en bestaat simpelweg uit 2 palen met erbovenop een horizontale balk. Nou ja, bekijk de foto maar, dan is het wel duidelijk. Die tunnel gaat een paar kilometer door dus.

En verder? Tsja ik kan wel wat vertellen over telefoneren in Japan. Het is nog best lastig om te telefoneren naar het buitenland. Met een mobiele telefoon zou het makkelijk zijn. Maar omdat in Japan geen gsm-netwerk aanwezig is, werken westerse telefoons (die gsm technologie gebruiken) hier niet. De reden dat er geen gsm netwerk aanwezig is, is omdat gsm een beetje verouderd is, en minder geschikt voor het versturen van data, voor bijvoorbeeld internet. En daar gebruiken bijna alle Japanners hun 'keitai' voor. Ook al hebben ze bijvoorbeeld een laptop naast hun staan, toch checken ze even hun email met hun telefoon. Hiervoor zijn dus nieuwere generaties netwerken nodig. Umts is er bijvoorbeeld eentje die we in Nederland ook gaan krijgen. Of dat echt zal aanslaan is natuurlijk de vraag, want wij zijn veel meer computer gericht.

Je kan wel telefoons huren die het hier doen, maar dat is vrij prijzig. In het westen zijn ze bijna niet te koop, en in Japan moet je tegenwoordig kunnen aantonen dat je in het land woont om er eentje te kunnen kopen. Ook heb je hier weer verschillende aanbieders die soms verschillende technologien gebruiken. Japanners zitten eigenlijk de hele dag met hun keitai te spelen, zo lijkt het in ieder geval. Van jong tot oud, en allemaal hebben ze er eentje van het openklap-type. Alle kleuren van de regenboog komen langs, en bijna altijd hangt er een bosje met prulletjes aan.

Nou lijkt het dus alsof wij als toeristen de klos zijn, maar stel je de situatie vanuit de Japanner eens voor: hij/zij kan nergens ter wereld zijn mobiel gebruiken, want vrijwel alle landen gebruiken gsm. De enige manier voor mij om naar Nederland te bellen is dus vanuit een telefooncel. Maar dan moet je er wel eentje hebben die muntjes accepteerd (dat zijn er niet veel), en dan ook nog eentje die internationale gesprekken aan kan (dat zijn er nog minder). Gelukkig stond er in Matsumoto eentje dichtbij mijn ryokan (de eigenaresse wist waar). Ook gelukkig was dat mijn Lonely Planet gids de hele procedure uitlegde. Je moet namelijk eerst checken van welke aanbieder de telefooncel is (NTT in mijn geval), en dan afhankelijk daarvan eerst een serie cijfers intoesten voordat je aan het echte nummer toekomt.

0033 010 31 72 519 3279 dus... verzin dat maar eens (fictief nummer).

Thursday, October 19, 2006

Dag 18, Nagano

And now for something completely different... Dit keer geen geschiedenis die duizend of honderden jaren teruggaat. Slechts 8 jaar geleden, we schrijven het jaar 1998. De helden van het moment heetten Romme, Postma, Timmer en Ritsma. De plaats heet uiteraard Nagano. En als echte Nederlander moet je daar natuurlijk geweest zijn.

Nou was ik er al even geweest, 3 dagen geleden, toen ik van trein moest wisselen. Maar vandaag dus echt. Nou staat Nagano binnen Japan wederom (zie je het patroon?) niet bekend om datgene waar het in het buitenland om bekend staat. Hier staat het vooral bekend om de Zenko-ji, een prachtige tempel uit de 8e eeuw (sorry, toch die geschiedenis weer), en bekend bedevaartsoord dat jaarlijks zo'n 4 miljoen bezoekers trekt. Verder is het bekend om zijn wintersport gebieden, een aantal bergschrijnen, zijn 'onsen' (hete mineraal baden), en een park waar je Makaki's (die apen die ik gisteren in het wild zag) in hun eigen onsen kunt zien zitten.

Mooi was dat ik bij binnenkomst van de tempel net het einde van een soort gebedsdienst meemaakte. Er zaten een paar monniken hun gebeden op te zeggen, terwijl er een ander met twee stokjes tegen elkaar zat te slaan, een erg typisch geluid dat bij Buddhistische diensten hoort. Op een gegeven moment werden er een soort gordijnen aan de zijkant van de tempel opengedaan, waardoor er zonlicht viel op een gedeelte van het altaar. Ten slotte begon er aan de andere kant van de ruimte een monnik op grote trommels te slaan. Het voelde in ieder geval allemaal erg spiritueel aan.

Het schijnt dat de tempel de eerste afbeelding van Buddha beelden in Japan bevat, in de 6e eeuw geimporteerd vanuit Korea. Bijna niemand heeft het echter ooit gezien. Het is, gewikkeld in doeken, opgeslagen in een ark in de tempel. De laatste die ze heeft gezien was een priester in het begin van de 18e eeuw. De shogun had dit destijds toegestaan, omdat de geruchten dat de afbeeldingen helemaal niet bestonden, en de ark dus leeg was, steeds sterker werden.

Uiteindelijk dan toch ook naar het M-Wave schaatsstadion geweest. Ze hebben er een 'Olympic Memorial Museum' gevestigd, waar je allemaal interessante dingen van de olympische spelen kunt bekijken. Eerst krijg je een 3d-film te zien met allemaal winnende Japanners (vooral gouden Shimizu, en bronzen Okazaki) en wat stukjes van de openingsceremonie. Enkele van de leuke dingen die ze hebben is het stemformulier voor het toewijzen van de Olympische spelen (Salt Lake City werd net aan tweede). Verder hebben ze enkele originele medailles, de fakkel, en de schaatsen waarop Shimizu de 500 meter won. Ik denk niet dat ze veel toeristen krijgen door de weeks, want ik heb verder niemand anders gezien.

Zoals gebruikelijk bij Japanse bezienswaardigheden, was er half in het museum ook een soeveniershop gevestigd. Dit doen ze werkelijk overal, bijvoorbeeld zelfs ook in de keizerlijke villa in Nikko of het Chuzen-ji tempelcomplex. Je gaat er op een gegeven moment vanuit dat 'de route' uiteindelijk altijd uitkomt in een gedeelte waar er prijskaartjes op de voorwerpen zitten. Ook kun je daar dan vreemd genoeg altijd eetbare dingen kopen. Uiteraard niet om daar ter plekke op te eten, want Japanners eten nooit lopend (echt waar).

Verder kon je ook nog het stadion van binnen bekijken (zie foto). Het was wel grappig om te zien. Er werd trouwens flink geschaatst. Waarschijnlijk voorbereiden op het komende schaatsseizoen. Misschien reden er ook wel bekende mensen tussen, maar die herken ik toch niet (ook omdat ze allemaal op elkaar lijken).

Dag 17, Japanese Alps

Zoals al gezegd, ligt Matsumoto dichtbij de Japanse Alpen. Dit lijkt een vreemde naam voor een gebergte in Japan, maar het heeft die naam gekregen nadat een Europeaan het gebied had bezocht. In de regio wordt het ook wel het 'dak van Japan' genoemd. Een van de mooiste plaatsen in het Alpen gebied, en goed bereikbaar vanuit Matsumoto (50 km), is Kamikochi. Er gaan geen treinen heen, het laatste stuk zijn zelfs particuliere auto's verboden, en de bus is behoorlijk prijzig (zo'n 30 euro voor een retourtje), maar het is het waard (de rit, langs ravijnen, meren en prachtige bergen is het al bijna waard).

Kamikochi ligt in een vallei, net naast een aantal bergen van rond de 3000 meter hoogte. Het uitzicht is dus fantastisch. En, in tegenstelling tot de trip naar het Chuzen-ji meer (zie het Nikko verslag), was het weer vandaag ook prima. Echte bergbeklimmers of uberhaupt mensen met goede loopuitrusting kunnen dus de bergen in, maar voor de gewone toerist is er het pad door de vallei. Je loopt dan langs de rivier door de bossen. Deze periode, zo rond october en begin november, is eigenlijk de mooiste periode om hier te wandelen. Rond deze tijd (en op deze hoogte) beginnen de bomen namelijk te verkleuren, waardoor de berghellingen een mix van groen, geel en rode kleuren worden.

Duidelijk was ik niet de enige die dit wel wilde zien; op de bus terminal van Kamikochi (het hele dorp bestaat eigenlijk alleen uit een bus terminal, een hotel en een paar hutjes) stonden 's ochtends vroeg al tientalle tourbussen. Opmerkelijk is dat je eigenlijk vooral oudere mensen tegenkomt. Zowiezo lijken Japanners pas massaal te gaan reizen als ze de 60 of 70 al gepasseerd zijn. Blijkbaar moeten de jongeren nog te veel werken, of gaan ze liever naar het buitenland als ze vakantie hebben. Soms gaat het trouwens ook wel eens mis met oudere toeristen. Zo zag ik op het nieuws dat er in die nacht dat ik het trein-avontuur had, er enkele mensen in slecht weer waren overleden in de Japanse Alpen. Ze waren allen vrouwen en schijnen te zwak te zijn geweest om zich door een sneeuwstorm heen te kunnen worstelen.

Waar ik vorige week een slang tegenkwam in een bos, moest ik het vandaag met wilde Makaki's doen (ik weet niet of je het zo goed spelt). In Japan (en misschien daarbuiten ook) staan ze ook wel bekend als sneeuw apen, want hun leefgebied ligt voornamelijk in de bergen, waar het natuurlijk erg koud wordt in de winter. Rond een uur of 4 verschenen ze opeens. Eerst zaten ze nog een beetje tussen de begroeiing te zoeken naar eten, maar even verderop liepen ze gewoon langs je op het pad. Blijkbaar waren ze hier wel een beetje gewend aan mensen. Ik heb er zelfs nog een filmpje van 3 minuten van gemaakt, maar hier kan ik helaas alleen foto's neerzetten.

Dag 16, Matsumoto

Na de ochtendspits van Tokyo te hebben overleefd, heb ik de grote stad weer achter me gelaten op weg naar de volgende bestemming, Matsumoto. Hiervoor was alweer mijn 9e ritje met de shinkansen nodig, deze keer van Ueno naar Nagano (die Olympische spelen kan ik me nog wel herinneren). Matsumoto ligt ten zuid-westen van Nagano, dichtbij de zogenaamde 'Japanese Alps'. Matsumoto is bij buitenlanders veel minder bekend dan Nagano, maar eigenlijk veel mooier. Zoals ook het geval was met Kamakura, weten Japanners dit natuurlijk wel.

Matsumoto heeft wel wat dingen die het onderscheidt van de gemiddelde stad. Bij aankomst op het treinstation wordt de naam van de stad je letterlijk toegezongen. Verder heeft de stad een aantal oude straten, die weinig lijken veranderd de laatste paar honderd jaar. Er schijnen ook winkels in de zitten die al eeuwen hetzelfde verkopen. Ook mijn ryokan staat in een van die straten. Het is een volledig houten gebouw, kraakt aan alle kanten, maar heeft wel veel sfeer.

En dan is er nog het kasteel (zie foto's), vanwege zijn zwart-witte kleuren vernoemd naar een kraai. Dit is een van de slechts 5 kastelen in Japan die nog in de oorspronkelijke staat zijn, en is dan ook een nationaal monument. Maar eigenlijk is de hele stad gebouwd om belegeringen te doorstaan. Zo is het stratenplan zo ontworpen dat het erg moeilijk is om het kasteel uberhaupt te bereiken. Sommige straten lopen nergens heen, of komen uiteindelijk weer op zichzelf uit. Dit alles om de vijand te misleiden. Het kasteel zelf is helemaal van hout, en heeft 6 vloeren. Hoewel, aan de buitenkant lijkt het alsof het maar 5 vloeren heeft (tel maar op de foto). Ook dit is weer een trucje om aanvallers te verwarren. Binnenin het kasteel is er namelijk een soort halve verdieping zonder ramen. Erg handig om een nietsvermoedende vijand, die denkt dat ie er al bijna is, eventjes in de val te lokken. Verder zijn de trappen in de toren extreem stijl, zodat ze zelfs zonder bewapening lastig te beklimmen zijn. Ook zitten de trappen telkens helemaal aan de andere kant van een vloer. Kortom, een mooi ontworpen fort.

De reden dat het kasteel er nog staat zoals het gebouwd is, is omdat er nooit gevochten is! Het was gebouwd om de lokale Ogasawara clan te beschermen in het tijdperk van de clan oorlogen. Maar toen het kasteel af was, rond 1600, was net de Edo Era, een periode van 250 jaar binnenlandse vrede, aangebroken, omdat Ieyasu Tokugawa net heel Japan in zijn macht had gekregen (zie ook het verslag over Nikko). Er is dus nooit een schot afgevuurd.

's Avonds heb ik gegeten in een yakitori-ya. Restaurant types in Japan worden vaak genoemd naar het soort eten waar ze zich in specialiseren, met als achtervoegsel 'ya' (dit betekent gewoon iets als 'plaats'). Dus dit restaurant had vooral veel yakitori gerechten. Oorspronkelijk is dit de naam voor geroosterd vlees op spiezen (een soort sate-tjes dus), maar in principe roosteren ze alles. Ook verkopen ze uiteraard lokale specialiteiten, zoals rauw paardenvlees. Ik heb het maar bij de geroosterde variant gehouden. Het was een relaxte tent waar je aan de bar kunt zitten, terwijl de verse vis voor je neus in het ijs ligt, en alles achter de bar wordt geroosterd. Met een lange plank wordt dan je eten over de bar aangereikt. Ook erg grappig was het 'eigo no menyu' (engelstalige menu), dat eigenlijk helemaal nergens op sloeg. Zo verkochten ze blijkbaar enkele brandende gerechten, en was varkensvlees eigenlijk alleen lekker als je ergens boos op was.

Tuesday, October 17, 2006

Dag 15, Kamakura

Veel toeristen laten (gelukkig) Kamakura links liggen. Hoewel het slechts zo'n 40 minuten per trein vanuit Tokyo is, weten de meeste buitenlanders niet echt van het bestaan af. Japanners zelf kennen het wel, en dat is ook logisch, want het is een prachtig stadje aan de oceaankust. Gedurende de 12e en 13e eeuw is het de hoofdstad van Japan geweest. Dat wil zeggen: de machtigste clan koos het als zijn basis, vooral omdat het goed te verdedigen was. Het kasteel is al lang verdwenen, maar de ongeveer 40 tempels en schrijnen staan nog wel overal verspreid door de stad, de bossen en heuvels eromheen.

De bekendste bezienswaardigheid, en daar komen nog wel veel toeristen op af, is de Daibutsu, oftewel het grote (Buddha) beeld (zie ook foto). Deze is bijna 20 meter hoog, en schijnt te zijn gebouwd nadat de leider van de clan de stad Nara, nabij Kyoto, had bezocht waar ook zo'n beeld staat. Die van Nara ga ik volgende week bekijken, en die is nog groter.

Onderweg naar de Daibutsu heb ik een wandelpad door de heuvels gelopen. Onderweg kom je dan een grappige schrijn tegen. Eerst moet je door een gang door een rotswand heen, en dan kom je op een binnenplaats waar de schrijn dus staat. Daar kun je wierrook kopen en krijg je een mandje. Dat mandje moet je dan gebruiken om je geld in te doen en dat kun je dan in een andere grot wassen in het zegenende water van een bron. Je geld zal dan voorspoed brengen. Ik had niet zoveel muntjes bij me, dus heb ik ook meteen mijn creditcard gewassen. Dat moet dus wel een hoop geluk en voorspoed brengen.

Aan het eind van de dag was het nog tijd voor een klein experimentje. Vlak voordat ik vertrok naar Japan, vertelde Simon mij over de couchsurfing.com website. Dit is een verzameling van mensen die reizigers (die ook lid zijn) gratis 1 of meerdere nachten gratis 'op zijn bank laat slapen', vandaar 'couchsurfing'. Het idee hierachter is om mensen uit verschillende culturen met elkaar in contact te brengen, om zo een betere wereld te creeren, zeg maar. De meeste couchsurfers komen uit Europa of Amerika, maar er zitten er ook een aantal in Japan. Via die website kun je dan ook mensen vragen of ze een bank beschikbaar hebben. Op die manier heb ik gisteren dus overnacht bij Tomoko Yoshizawa uit Kamakura. Het was gezellig bij haar en erg leuk om een keer te proberen, en je krijgt zo een hele andere kant van een land te zien, buiten de hotels en toeristen plaatsen.

Nadeel was wel dat ik de volgende dag ook erg vroeg moest opstaan (Tomoko moest gewoon werken) en de spitstrein naar Tokyo moest nemen. Die treinen zijn zo vol, dat er letterlijk mensen van de spoorwegen op de perrons staan om de mensen naar binnen te helpen duwen. Aan iets vasthouden is totaal niet nodig, en bovendien zou het toch nooit lukken om je arm omhoog te bewegen. Aan alle kanten staan mensen zo hard tegen je aan gedrukt, dat het op een gegeven moment wel wat pijn gaat doen, zeker als de trein een bocht maakt en iedereen naar een kant wordt gedrukt. Stel je voor dat je dat elke dag moest meemaken...

Maar eigenlijk hoorde dit laatste al bij het verslag van morgen.

Sunday, October 15, 2006

Dag 14, naar Tokyo

Vandaag het weerzien met de echte stad. Het was nog een zondag ook en lekker weer, dus dan gaat iedereen de straat op en naar de parken. Overigens, vandaag had het dus wel prima weer geweest om het Chuzen-ji meer te bezoeken. Ik heb wat rondgewandeld in Ueno Park (dat dichtbij mijn ryokan ligt) en Yoyogi Park, waarvoor een kort ritje nodig was met de Yamanote line, de bekende circeltrein van Tokyo.

In beide parken was ik in het voorjaar al geweest, alleen waren ze nu iets groener. Verder was er verrassend weinig veranderd. Ueno park is nog steeds wat meer een 'familie'-park met wel hier en daar wat goochelaars en muzikanten, maar dan van het type rustig jazz-bandje. Yoyogi park is meer het jongeren park, wat ook wel logisch is gezien de nabijheid van de ultra hippe winkel-'steden' Shibuya en Harajuku (die vormen op zich al een bezienswaardigheid). In het park vind je nog steeds de verkleedde cos-play jongeren, de rock'n'rollers, de rockbandjes en de skaters. Volgens mij waren het ook nog precies dezelfde mensen, dus die zullen de hele zomer wel door zijn gegaan.

Verder valt er eigenlijk weinig te vertellen over vandaag. Misschien nog grappig was dat ik op weg naar Ueno station en park nog door de 'motorcycle neighbourhood' (de motorbuurt) ben gelopen. Dit is geen achteraf straatje, maar gewoon een gedeelte van de doorgaande weg. In deze buurt gaat alles over motoren. Er zijn winkels waar ze motoren en scooters verkopen (de helft van de motoren staat gewoon midden op de stoep), garages, winkels voor helmen en pakken, clubs en bars voor motorrijders, enz. En dit gaat wel enige honderden meters door. Het decors past er ook wel enigszins bij; er loopt een 7-baansweg langs met ook nog een verhoogde 'expressway' er overheen. Ook het soort mensen dat daar rondloopt zijn weer typische motorfanaten.

Wat dat betreft kloppen in Japan stereotypen meestal vrij goed. Of anders gezegd: de mensen zelf zorgen er misschien voor dat ze lijken op het sterotype, om zich zo te onderscheiden. Dat lijkt (voor zover ik als leek dat kan zien) een algemeen principe in Japan; hoe je eruit ziet, bepaalt wie je bent. Net zoals echt elk beroep in Japan zijn eigen uniform heeft, en op werkdagen je dus een handige kleurcodering krijgt. De enige uitzondering is de zondag, en daarom is dat ook een extra speciale dag hier.

Ik had trouwens helemaal geen foto's gemaakt vandaag, en daarom heb ik voor de grap nog even een foto met lange sluitertijd gemaakt vanaf een brug over de expressway (ik hoop dat jullie hem leuk vinden). Morgen gaan we weer echt toeristje spelen in Kamakura, een oude hoofdstad van Japan.

Saturday, October 14, 2006

Dag 13, Chusen-ji

Nikko zelf ligt op zo'n 600 meter boven zeenivo. In het Nikko National Park ligt ook het Chuzen-ji meer, en wel op 1300 meter hoogte. Het meer is 24 kilometer in omtrek en op zijn diepste punt ongeveer 170 meter diep. Het is omgeven door nog hogere bergen (van rond de 2400 meter) die allemaal bebost zijn, en op het moment schitterende herfstkleuren vertonen. Vanaf het meer stort er een prachtige waterval zo'n 50 meter omlaag. Het meer zelf is extreem helder, en het is te bereiken vanuit Nikko met een busritje van slechts 45 minuten.

Daar ben ik vandaag dus heen geweest. Er was alleen een klein minpuntje: de wolken begonnen al op 1200 meter. Met een zicht van zo'n 20 a 30 meter (afhankelijjk of er een wolkenflard voorbij dreef), heb ik de waterval dus alleen gehoord (en toch een foto, rara), en de bomen alleen gezien vanuit de bus op de heen- en terugweg. Het kon dus wel enigszins een teleurstelling worden genoemd. Bovendien was het ook erg vochtig, koud en guur weer. Ik heb nog even een schrijn bezocht (andere foto, met mooie herfstkleuren), maar verder heb ik het dus niet lang uitgehouden.

De rest van de dag heb ik besteed met eindelijk eens wat anzichtkaarten kopen en schrijven. Het is niet eens zo duur om ze te versturen vanuit Japan, slechts 50 eurocent naar de hele wereld. Ik heb niet naar iedereen meteen gestuurd, dus als je er nog geen krijgt, terwijl iemand anders die je kent er wel eentje krijgt, dan komt die van jouw nog. Anders zou iedereen met dezelfde Nikko kaarten zitten, en dat is ok niet leuk.

Qua eten heb ik vandaag een funky soort van thuis-restaurantje geprobeerd. Het was heel klein, en je moest dus met anderen een tafel delen (met drie taiwanezen in mijn geval), maar het was wel erg gezellig en lekker. Het heette (als ik het me goed herinner) Hippari Dako en zat dicht bij die Koreaan van een paar dagen geleden. Toen ik weg ging kreeg ik nog een of ander klein kadootje. Die krijg ik overigens continu, zoals bij mijn vorige hotel bijvoorbeeld. Op deze manier hoef ik dus bijna geen kleine souveniers meer te kopen.